Het niet goed invullen van een Bibob-formulier kan vergaande consequenties hebben

Na de aanvraag van een vergunning kan aan een ondernemer een Bibob-formulier toegestuurd worden. Dat is de start van een Bibob-onderzoek door de vergunninginstantie. Op het Bibob-formulier zij veel vragen geformuleerd die zorgvuldig ingevuld moeten worden door de aanvrager. Er wordt veel en ook gedetailleerd gevraagd om allerhande informatie over de aanvrager, zijn bedrijf, de verhuurder, financier(s), aandeelhouders, etc. Het vergeten of onjuist vermelden van informatie kan tot afwijzing van de vergunning leiden en zelfs tot aangifte wegens valsheid in geschrifte. Vandaar deze korte toelichting voor het invullen van het Bibob-formulier.

Risico’s en gevolgen van het onjuist invullen van het Bibob-formulier

Hoewel het Bibob-formulier, samen met de aanvraagformulieren, eenvoudig oogt, schuilt daarin dus een gevaar. Dit wordt veelal door gemeenten in kleine letters onderaan of bij het Bibob-formulier vermeld. Artikel 3 lid 6 Wet Bibob geeft gemeenten en andere bestuursorganen de bevoegdheid een aanvraag voor een vergunning te weigeren wanneer sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat strafbare feiten zijn gepleegd ter verkrijging of behoud van de (verstrekte) vergunning.

Wat kan er gebeuren als het Bibob-formulier fout of onvolledig is ingevuld?

Als de vragen in het formulier niet of niet goed worden ingevuld of de gevraagde informatie of documenten ontbreken kan het volgende gebeuren:
• de overheidsinstelling kan de aanvraag om een beschikking buiten behandeling laten. Dat betekent dat de aanvraag niet verder behandeld wordt.
• de beschikking (bijvoorbeeld een vergunning) van de betrokkene intrekken.
• de overheidsinstelling kan ervan afzien een vastgoedtransactie met de betrokkene aan te gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat de overheid dan geen vastgoed van/aan de betrokkene kan (ver)kopen of (ver) huren:
• indien met de betrokkene al een vastgoedtransactie is aangegaan, zoals een koop- of huurcontract voor vastgoed? Dan kan de overheidsinstelling het contract ontbinden. Dit betekent dat het contract stopt. Ook kan de uitvoering van een contract opgeschort worden.
• de overheid kan het ertoe leiden ervoor zorgen dat de betrokkene geen overheidsopdracht mag doen.
• een reeds lopende overheidsopdracht die de betrokkene al doet kan ingetrokken worden. Dit betekent dat de opdracht stopt.

5 Voorbeelden waarbij fout op Bibob-formulier geen valsheid in geschrifte oplevert

Soms gaat het de rechter te ver valsheid in geschrifte aan te nemen als iemand iets niet goed heeft aangevinkt op het formulier zonder dat met enige kwade intentie te doen. En dus ook niet met het oogmerk om door dat onjuist aanvinken de vergunning te verkrijgen.

1. Het niet vermelden van een last onder dwangsom op het vragenformulier kan de aanvrager niet zwaar aangerekend worden want de rechtbank achtte niet uitgesloten dat eiser het besluit op bezwaar over de last onder dwangsom zo heeft begrepen als hij zegt, dat het besluit was vernietigd. Eiser is immers geen jurist, zodat hem mogelijk niet opgevallen is dat het dictum van het besluit een kennelijke verschrijving is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester eiser op dit punt dus geen valsheid in geschrifte tegen kunnen werpen.[1]

2. Soms zit een burgemeester ook wat te heftig in de wedstrijd. Dat was het geval in een kwestie waarin LBB adviseerde dat sprake is van mindere mate van gevaar maar de burgemeester vond dat er ernstig gevaar was omdat het Bibob-formulier niet was ingevuld. De rechtbank meent dat geen sprake is van ernstig gevaar omdat betrokkene al bekend is bij de gemeente vanwege een andere vestiging. Terwijl de burgemeester stelt dat er een noodzaak bestond om het Bibob-formulier aan de betrokkenen te sturen, merkt de rechtbank op dat die noodzaak niet ter discussie staat. Het gaat niet om de noodzaak van opvragen van het Bibob-formulier, maar om de evenredigheid (en in dat verband de noodzaak) van de intrekking van de vergunningen.[2] 

3. Het gebeurt regelmatig dat niet de aanvrager zelf maar een adviseur of accountant het formulier invult en daarbij een fout maakt. Daarover zegt de rechter het aan aanvrager zelf is om er zorg voor te dragen dat hij of een eventuele door hem ingeschakelde persoon het Bibob-formulier juist en volledig invult. In de betreffende zaak vond de rechtbank de enkele onvolledigheid op het Bibob-formulier (Opiumwetveroordeling niet genoemd) onvoldoende om aannemelijk te achten dat eiser daarmee het oogmerk heeft gehad om een onjuiste voorstelling van zaken te geven. Dit enkele feit is onvoldoende om het bestaan van een ernstig gevaar aan te nemen, aldus de rechtbank.[3]

4. In een andere kwestie had de aanvrager verzwegen dat hij tweemaal is veroordeeld voor handelen in strijd met de Opiumwet. De Bibob-toets werd gedaan omdat een omgevingsvergunning was aangevraagd. De vergunninginstantie stelt dat door de verzwijging sprake is van een ernstig vermoeden dat valsheid in geschrifte is gepleegd. De rechtbank denkt daar anders over. Het enkele feit dat in het kader van de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt is onvoldoende om het bestaan van een ernstig gevaar aan te nemen. Aannemelijk moet zijn dat de betrokkene ook het oogmerk heeft gehad een onjuiste voorstelling van zaken te geven. Uit het dossier bleek immers ook al van een woningsluiting in verband met overtreding van de Opiumwet. Voor het bestaan van een dergelijk vermoeden gaat de bewijslast van de vergunningsinstantie niet zo ver, dat opzet in strafrechtelijke zin moet worden bewezen. In dit geval is niet gebleken dat de betrokkene het oogmerk had die informatie verborgen te houden.[4]

5. Ook in een procedure voor verlenging van een horeca-exploitatievergunning kan het fout lopen met het Bibob-formulier. De aanvrager had op het Bibob-formulier behorend bij de aanvraag ‘nee’ geantwoord op de vraag of de onderneming sinds de huidige vergunning bestuurlijke boetes heeft gehad. Dit klopte niet met de informatie van de Arbeidsinspectie die de vergunninginstantie had. Met nog wat vage argumenten over misstanden over de aanvrager werd de vergunning geweigerd en dreigde het restaurant te moeten sluiten. De voorzieningenrechter oordeelt dat te zwaar wordt getild aan het niet zetten van het kruisje bij bestuurlijke boetes op het Bibob-formulier. Er verder zijn er geen incidenten of openbare orde issues, en dat dien ook meegewogen te worden. Daarom schorst de rechter het besluit voor de duur van de bezwaarprocedure en kan het restaurant voorlopig open blijven.[5]

Uit deze uitspraken blijkt dat je soms naar de rechter moet om je gelijk te halen. Als dat nodig is dan kunt uw zaak ter beoordeling aan mij voorleggen.

Bronnen

1. Rechtbank Midden-Nederland, 27 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:564

2. Rechtbank Midden-Nederland, 23 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7009

3 en 4. Rechtbank Limburg, 9 april 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1713
5. Rechtbank Amsterdam, 22 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5338


Gerelateerde berichten