Toepassing van de Wet Bibob is uitgebreid naar alle overheidsopdrachten en beperkt het zich niet langer tot de sectoren bouw, ICT en milieu. Dus ook bij aanbesteding van zorg of facilitair management kan een Bibob onderzoek gedaan worden. De Wet Bibob geeft bestuursorganen de bevoegdheid om aangevraagde vergunningen, beschikkingen, subsidies en overheidsopdrachten te weigeren als er ernstig gevaar bestaat dat de beschikking, subsidie of overheidsopdracht zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of om zwart geld wit te wassen. Het gaat vooral om overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde zijn kwetsbaar voor criminele activiteiten.
Vaker Bibob onderzoek bij een overheidsopdracht
Van geval tot geval zal bepaald moeten worden of het in de rede ligt om bij de gunning van een overheidsopdracht de Wet Bibob toe te passen. Gaat het om een opdracht met een zeer beperkte economische waarde of een anderszins zeer beperkt misbruikrisico, dan wegen de inbreuk op de privacy van betrokkenen en de kosten die met een Bibob-onderzoek gepaard gaan niet op tegen de te verwachten opbrengst ervan. Een aanbestedende dienst kan overigens ook van de inschrijver op een overheidsopdracht verlangen dat deze een gedragsverklaring aanbesteden (GVA) overlegt.
Eigen onderzoek gemeente naar integriteit vergunninghouder
Aan het bestuursorgaan is nu toegang gegeven tot justitiële gegevens van de betrokkene, maar ook van een aantal categorieën derden: degene die de betrokkene vermogen verschaft, de op de (aanvraag tot een) beschikking vermelde leidinggevende of beheerder en bestuurders of aandeelhouders van de betrokkene. Ook gemeente kan nu een ruimer Bibob onderzoek doen . Deze uitbreidingen voor eigen Bibob onderzoek worden verwezenlijkt door wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. Daartoe wordt artikel 7A aan de Wet Bibob toegevoegd. De uitbreiding van het eigen onderzoek betekent dat onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob pas in beeld komt als voldoende eigen onderzoek door het bestuursorgaan zelf is gedaan.
Criteria voor inzet Landelijk Bureau Bibob
De verdergaande bevoegdheden van het Bureau Bibob zal pas in beeld komen als de mogelijkheden van het eigen onderzoek van een bestuursorgaan voldoende zijn benut. Het zware middel van een onderzoek door het Bureau behoort niet lichtvaardig wordt ingezet.
Deze criteria houden in dat het Bureau kan afzien van het uitbrengen van een advies indien:
- de bevindingen van het eigen onderzoek en de door de betrokkene verstrekte gegevens en bescheiden niet aan het Bureau zijn overgedragen, of
- uit deze gegevens blijkt dat het bestuursorgaan of de rechtspersoon onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden tot het verrichten van eigen onderzoek.
Het Landelijk Bureau Bibob kan dus verzoeken om een Bibob advies afwijzen als het bestuursorgaan de mogelijkheden voor eigen onderzoek onvoldoende heeft benut.
Ook kan het Landelijk Bureau Bibob overheidsinstanties tippen de Wet Bibob toe te passen als het relevante informatie heeft over strafbare feiten.
Bibob-procedure bij complexe vastgoed transacties
Voorbeeld van complexe vastgoedtransacties: het gemeentelijk toestemmingsvereiste bij vastgoedtransacties tussen derden (bijvoorbeeld in de vorm van kwalitatieve bepalingen/kettingbeding), bij uitgifte of overdracht van gemeentelijke erfpacht, publiek-private samenwerking, indeplaatsstelling en niet opzegbare huurovereenkomsten en vastgoeddeelnemingen in relatie tot driehoeksverhoudingen. Ook de verkoop van aandelen kan tot Bibob onderzoek leiden; de overheid wil dan weten wie de koper is en of deze aan de overheidseisen voor integriteit voldoet.
Onderzoek Wet Bibob ook bij uitgifte van erfpacht
Door verschillende gemeenten is grond in erfpacht uitgegeven. Ook andere rechtspersonen met een overheidstaak kunnen de figuur van erfpacht gebruiken. In de akte van vestiging kan zijn bepaald dat de erfpachter zijn recht van erfpacht niet zonder toestemming van de eigenaar (vaak de gemeente) kan overdragen. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om invloed te hebben op de persoon die de erfpachter opvolgt. De Wet Bibob regelt dat de gemeente een eigen onderzoek bij erfpacht kan doen naar de kandidaat die erfpacht in uitgifte verkrijgt of door koop. Behandeling van een toestemmingsverzoek kan in de praktijk wel tot twee maanden in beslag kan nemen. De uitkomst van een Bibob-onderzoek wel tot gevolg hebben dat een erfpachtoverdracht geen doorgang vindt als gevolg van het onthouden van toestemming.
Informatie van Bibob-relaties kan opgevraagd worden
Verder is voorgesteld om informatie te verstrekken die uiterlijk vijf jaar geleden zijn ontvangen door het bestuursorgaan die de gegevens verstrekt. Dit laat natuurlijk onverlet dat de verstuurde informatie moet worden beoordeeld op actualiteit en bruikbaarheid in het kader van de gevaarsbeoordeling. Daarbij moet worden opgemerkt dat de informatie noodzakelijk moet zijn voor het eigen onderzoek van het ontvangende bestuursorgaan. Gelet daarop is vereist dat het gaat om personen die in het onderzoek van de ontvangende partij zijn aangemerkt als betrokkene of als relevante derde zoals de leidinggevende, de zeggenschaphebbende, de vermogensverschaffer of een persoon in een zakelijk samenwerkingsverband tot betrokkene.
Het bestuursorgaan dat de gegevens opvraagt moet aan het verstrekkende bestuursorgaan hebben aangegeven welke personen voldoen aan de definitie van een betrokkene, leidinggevende, de zeggenschaphebbende of de persoon waarmee sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband. Het verstrekkende bestuursorgaan kan dat namelijk niet van tevoren weten. Het is dus belangrijk om goed na te gaan of andere betrokkenen bij het bedrijf, zoals financiers, aandeelhouders, leidinggevenden of adviseurs niet in contact zijn geweest met justitie, of (fiscale) boetes hebben gehad of een dwangsom.
Informatie die in het Bibob-onderzoek bij Belastingdienst opgevraagd kan worden
Voor bestuursorganen is het ook mogelijk om bepaalde fiscale gegevens op te vragen bij de belastingdienst. Het gaat hierbij om gegevens over een bestuurlijke boete die krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is opgelegd voor een vergrijp waarbij sprake is van opzet of grove schuld, ofwel een fiscale boete. Dus ook bestuurlijke of fiscale boetes moeten vermeld worden bij het invullen van het Bibob-formulier. Een instantie kan dus toegang krijgen tot de fiscale gegevens te verstrekken over de volgende categorieën personen:
- leidinggevende: degene die aan betrokkene «direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven;
- zeggenschaphebbende: degene die over betrokkene «direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad;
- vermogensverschaffer: degene die aan betrokkene «direct of indirect vermogen verschaft of heeft verschaft;
- degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;
- degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene.